Risicogerichte brandveiligheid in de zorg: wat is dat eigenlijk?

4 juni, 2019 - 14:37

Hoe maak je de zorg brandveilig? Volgens experts is het niet genoeg om te voldoen aan alle voorschriften. In plaats daarvan pleiten ze voor een risicogerichte benadering. Maar wat houdt die precies in? Miriam Kop, projectleider van ‘De zorg Brandveilig’, Paul van Aken, senior beleidsadviseur bij branchevereniging ActiZ en Vincent de Winter van de brandweer Hollands Midden geven hun visie.

De brand bij GGZ-instelling Rivierduinen in 2011 was zowel rampzalig als leerzaam. Rampzalig, want hij kostte aan drie oudere bewoners het leven. Toen het brandalarm afging, vluchtten die niet naar buiten, maar sloten zich op in hun eigen kamer. Om die reden was de brand ook leerzaam. Want Rivierduinen had aan alle wettelijke voorschriften voldaan. Blijkbaar is een regelgerichte benadering van brandveiligheid niet zaligmakend.

Bouwbesluit niet voldoende

“Brandveiligheid kun je niet alleen baseren op het Bouwbesluit”, zegt Miriam Kop, projectleider van De Zorg Brandveilig. “Dat Bouwbesluit stelt vooral eisen aan het gebouw. Bijvoorbeeld aan de materialen die er worden gebruikt of aan de compartimentering. Het kijkt niet zozeer naar degenen die in dat gebouw verblijven. Een risicogestuurde benadering van brandveiligheid doet dat wel. Het houdt rekening met veel meer kenmerken. Hoe zit het met het veiligheidsbewustzijn van medewerkers en bewoners? En zijn die bewoners al dan niet zelfredzaam?

Verschillende factoren

Met zelfredzaamheid bedoelt Kop niet alleen mobiliteit. ”Natuurlijk moet je rekening houden met mensen die slecht ter been zijn, maar net zo belangrijk zijn allerlei psychische factoren. Soms zijn mensen uitstekend in staat om zelfstandig het gebouw te verlaten. Maar vanwege allerlei geestelijke beperkingen blijven ze naar de vlammen staan staren. Of ze zijn depressief en sluiten zich op in hun kamer. ‘Laat het vuur maar komen. Dan ben ik er vanaf.”

Programma ‘De Zorg Brandveilig’

Het programma ‘De Zorg Brandveilig’ is een initiatief van Brancheorganisaties Zorg (BoZ) en Brandweer Nederland. Hun doel: de omslag stimuleren naar een risicogestuurde aanpak van brandveiligheid. Een van de hulpmiddelen hierbij is het Stuurwiel Risicogestuurde Brandveiligheid.

Het Stuurwiel omvat de volgende aandachtsgebieden:

  • Gebouw & inventaris
  • Installatie & techniek
  • Organisatie & beleid
  • Omgeving & derden
  • Medewerkers & gedrag
  • Cliënt & patiënt

Door het beantwoorden van 24 vragen krijgen zorginstellingen een beeld van de risico’s. Die risico’s worden vervolgens vertaald naar eigen beleid en maatregelen op bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch vlak.

Mentale gesteldheid belangrijke rol bij ontstaan brand

Volgens Paul van Aken, senior beleidsadviseur bij branchevereniging ActiZ, speelt de mentale gesteldheid van de bewoners ook een belangrijke rol bij het ontstaan van brand. “Er zijn verschillende onderzoeken verricht naar senioren en brandveiligheid. En wat je ziet, zijn drie meest voorkomende oorzaken: roken, koken en kortsluiting. Het roken ligt voor de hand, en dat koken ook – zeker als het nog gebeurt op gas, en ouderen in de weer zijn met pannenlappen. Maar ook elektrisch koken geeft geen veiligheidsgaranties. Als ouderen een beetje in de war zijn, wil het wel eens gebeuren dat ze toch die metalen schaal in de magnetron zetten.”

Versnippering van kleine zorginstellingen

Vincent de Winter van Brandweer Hollands Midden ziet nog een ander risico: de versnippering van kleine zorginstellingen. “Grote ziekenhuizen beschikken meestal over een groot budget. Die maken gebruik van een bouwkundige afdeling en professionele bewaking. Daar zitten hele veiligheidsorganisatie omheen. Bovendien hebben die niet alleen patiënten te beschermen die absoluut niet zelfredzaam zijn, maar ook state of the art techniek. Er staat voor miljoenen aan apparatuur, en als die door brand wordt verwoest, hebben ze een groot probleem met de zorgcontinuïteit. Vandaar dat er veel geld wordt vrijgemaakt voor veiligheid, en brandveiligheid in het bijzonder.”

Groot verschil dag en nacht

Moeilijker ligt het volgens hem in andere zorginstellingen. “In grotere organisaties is de situatie meestal overzichtelijk. Ja, cliënten kunnen zich terugtrekken op hun eigen kamer, maar er zijn regels, en er is voldoende toezicht. Echter, in kleinere instellingen is dat vaak minder goed geregeld. Bovendien is er in al die instellingen een groot verschil tussen de situatie overdag en ‘s nachts. Overdag is er veel vermaak, veel personeel. Maar ’s nachts is de bezetting vaak uitermate laag en dat leidt tot risico’s.

Geen zicht op inventaris

Nog groter zijn die risico’s in woongebouwen waar ouderen met een zorgindicatie zelfstandig kunnen wonen. “Hier is er geen zicht op de inventaris”, zegt De Winter. “En dus kunnen bewoners of familie van alles naar binnen slepen: bijvoorbeeld oude televisies of afgedankte ovens. Bovendien staan er vaak elektrische scootmobielen op te laden, zonder toezicht. En ook dat is riskant.”

Veiligheidsinstructie

Dus is het belangrijk dat de medewerkers precies weten wat ze bij brand moeten doen. En nee, dan gelooft De Winter niet in een traditioneel ontruimingsplan. “Wat ik vaak zie, is zo’n document van 34 kantjes waarin is gesteld wie er precies voor wat verantwoordelijk is. Maar er is natuurlijk geen medewerker die al die pagina’s gaat doorlezen. Houd het dus simpel. Doe het net zoals in een vliegtuig: een korte veiligheidsinstructie met weinig tekst en veel plaatjes. Hang die op ieder prikbord en geef die aan de bezoekers. Zorg er bovendien voor dat iedere medewerker die inlogt, de instructie moet doornemen. Dat lijkt misschien omslachtig, maar in een organisatie die werkt met veel wisselend personeel, is dat essentieel.”

Betrek de brandweer

Maar nog belangrijker is volgens hem dat de brandweer wordt betrokken in een vroeg stadium. En dat wil zeggen: al voordat de eerste steen wordt gelegd. “Het bouwen gebeurt tegenwoordig steeds vaker CO2-neutraal, maar brandveiligheid heeft dikwijls minder prioriteit. Ja misschien kijkt men wel kritisch naar de isolatiematerialen, maar vaak is er minder aandacht voor de manier waarop die worden aangebracht en onderhouden. En als die aanleg en dat onderhoud minder vakkundig gebeurt, kan dat het risico op brand vergroten. Sommige zorginstellingen bouwen bovendien grote open huizen, met weinig deuren en zo min mogelijk gangen. Zorg er in zo’n gebouw dan voor dat mensen zich bij brand kunnen verzamelen. Dat kan bijvoorbeeld in een speciale kamer, of in een extra groot trappenhuis.”

Brandveiligheid sterk verbeterd

Tot slot terug naar GGZ-instelling Rivierduinen. Daar hebben ze de brandveiligheid inmiddels sterk verbeterd. De organisatie realiseerde zich dat het in zorginstellingen belangrijk is om je bewoners te kennen. En daarom zijn er aan de deuren nu gekleurde stickers geplakt. Die kleuren verwijzen naar het niveau van zelfredzaamheid. En natuurlijk probeert de instelling de mensen die slecht ter been zijn, zo dicht mogelijk bij de uitgang te plaatsen.

Maar volgens Van Aken is zoiets vaak ingewikkeld. “Want ten eerste moet je die dossiers natuurlijk up to date houden, en ten tweede sta je al snel voor ethische dilemma’s. Want wat als iemand sterk achteruit gaat, maar wel gehecht is aan zijn woning op de vierde verdieping? Brandveiligheid is belangrijk, maar je moet zo’n zorginstelling ook weer niet omvormen tot een bunker.”

bron: brandveilig.com